04 augustus 2017

Publicatie Competitie-onderzoek

Het Mulier Instituut heeft het onderzoek naar competitievoorkeuren onder leden en oud-leden afgerond. Ook is onderzocht wat de ervaringen, beeldvorming en houding is van de (volwassen) Nederlandse bevolking met betrekking tot tafeltennis. In dit artikel worden de conclusies gepresenteerd en is het hele onderzoeksrapport te downloaden. Het Hoofdbestuur gaat met inachtneming van de conclusies uit het rapport een nieuw voorstel ten behoeve van bespreking in de Bondsraad voorbereiden.

NTTB leden: competitie wordt gespeeld voor de gezelligheid/sociale contacten/teamgevoel

Voor de leden zijn de belangrijkste redenen om te tafeltennissen: leuke activiteit/plezier (61%), gezelligheid/sociale contacten (60%) en lichaamsbeweging/gezondheid/afslanken (52%). Dit laatste geldt met name voor oudere leden (72%). Het spelen van competitie is de vierde genoemde reden (42%). De reden dat de leden massaal aan de competitie deelnemen (69%), is vooral gezelligheid/sociale contacten/teamgevoel (51%). De belangrijkste reden om niet deel te nemen is gebrek aan tijd (28%).

Als belangrijkste redenen om het lidmaatschap te stoppen geven oud-leden aan dat het plezier in tafeltennis is afgenomen (30%) en dat ze gebrek aan tijd hebben (22%). De competitie noemt 12 procent als reden om op te zeggen. Een derde van de oud-leden geeft aan (misschien) wel weer lid bij een (andere) tafeltennisvereniging te worden (30%).

Competitie: kortere reistijden en minder lange competitieavonden gewenst

Van de huidige competitiedeelnemers vindt een op de vijf verandering van de opzet (zeer) wenselijk. De competitie blijkt ook geen belangrijke reden om het lidmaatschap op te zeggen. Van de huidige competitiespelers geeft de helft aan bij wijzigingen door te blijven spelen (55%). Bij het doorvoeren van veranderingen overweegt een kwart van de leden (24%) dat geen competitie speelt, en een op de vijf oud-leden (20%) mogelijk (weer) aan de competitie deel te nemen. Uiteraard hangt een en ander af van de uiteindelijke veranderingen in de opzet. Een deel wenst kortere reistijden (24%), minder lange competitieavonden (17%), een wedstrijdseizoen tot juni (17%) en meer effectieve speeltijd (16%).

De ideale competitie

Het speelmoment, weekend of doordeweekse avond, is een belangrijk verschilpunt tussen de leden. Ook de ideale duur van een wedstrijd verschilt nogal. Leden die in de landelijke competitie deelnemen, geven duidelijk voorkeur aan het weekend (87%); de meerderheid van deelnemers aan de recreantencompetitie heeft voorkeur voor een doordeweekse avond (61%). Over het algemeen is de ideale duur van een wedstrijddag/-avond drie tot vijf uur, bestaat een team idealiter uit drie spelers, heeft de speelvorm 3 tegen 3 de voorkeur, worden op een wedstrijddag/-avond drie wedstrijden gespeeld en is de eigen ideale speeltijd daarbij 30-40 procent. Met name wat betreft de duur en het moment in de week zijn een aantal groepen met verschillende voorkeuren te onderscheiden.

Aanbevelingen

Slechts één op de vijf huidige competitiespelers vindt verandering van de competitieopzet noodzakelijk. Als een verandering wordt doorgevoerd, zal dat ook competitiespelers kunnen afstoten. Enige voorzichtigheid is hier dus op zijn plaats.

De tijd die de tafeltennis(competitie) inneemt, is voor oud-leden een reden om het lidmaatschap van een NTTB-vereniging op te zeggen en voor leden een veelgenoemde reden om geen competitie te spelen. Daarnaast zijn kortere reistijden en minder lange competitieavonden vaak als gewenste verandering van de competitieopzet genoemd. Het verdient aanbeveling om nader te bekijken in hoeverre hieraan gehoor kan worden gegeven. Wellicht kan dit door bepaalde aanpassingen door te voeren in het competitiesysteem en/of de speelwijze, bijvoorbeeld een speciale competitie voor recreanten waarvoor minder ver gereisd hoeft te worden en waar minder lange wedstrijden worden gespeeld. Idealiter worden de definitieve competitievarianten voorgelegd aan de leden die aan dit onderzoek hebben deelgenomen via een (klein) onderzoek.